De maatschappelijke kloof tussen rouw om verlies door dood en verlies door scheiding
In mijn werkkamer zitten Tom en Mieke, twee (bijna) vijftigers die elkaar drie jaar geleden hebben ontmoet. Tom, vader van drie pubers, heeft zijn vrouw twee jaar eerder verloren na een kort ziekbed. In diezelfde periode is Mieke, die moeder is van een tweeling van 17, gescheiden. Ze zijn erg blij met elkaar, hebben besloten te gaan samenwonen en hebben daarbij om mijn ondersteuning gevraagd.
Niet te verdragen
Mieke, doorgaans opgewekt, komt vandaag wat neerslachtig over. Als ik check wat ik meen te zien barst ze in tranen uit. Hortend en stotend vertelt ze dat ze zich schaamt over haar eigen gevoelens. Na enige aansporing gaat ze door. Ze vertelt dat ze het verschil dat ze ervaart in de omgang van hun familie, vrienden en bekenden met verlies door dood en verlies door scheiding bijna niet te verdragen vindt. Toms netwerk is nog altijd voorzichtig als het over zijn overleden vrouw gaat en alles wat hij en de kinderen hebben doorstaan. Ze voelt een soort medelijden. Haar eigen netwerk ervaart ze als veel harder. Het lijkt wel alsof ze altijd hoort doorklinken ‘je hebt toch zelf voor die scheiding gekozen’.
Geen recht
Ik herken wat ze zegt. Toen mijn partner overleed werd ik omringd door warmte, maar ook door medelijden. Medelijden, heel anders dan compassie, maakt je klein. Ja, ik was intens verdrietig, maar ik was ook veerkrachtig. Naarmate de tijd verstreek kreeg ik steeds sterker het gevoel dat ik stappen moest zetten om losser te komen van de ‘weduwe-status’. Een verhuizing en ander werk hebben me daar enorm bij geholpen. Vele jaren later, na een aantal ingrijpende ‘life-events’, eindigde mijn nieuwe huwelijk door een scheiding. Wat een pijn, wat een verdriet. Gelukkig waren er enkele intimi die mij enorm steunden. In de grote kring daaromheen voelde ik echter vaak de hardheid die Mieke voelt: ‘het was mijn keus geweest’. Waar mijn eerste rouw verplicht of vanzelfsprekend was geweest leek ik er nu geen recht op te hebben.
Moedig
Emeritus hoogleraar sociale wetenschappen en vrouwenstudies, Christien Brinkgreven, blikt in haar memoir ‘Beladen huis’ terug op haar huwelijk. Haar man is nog niet zo lang geleden overleden. Ze schrijft: ‘het schrijven geeft me de veilige ruimte om terug te gaan in de tijd. De man op wie ik verliefd werd, waar is die gebleven? Wanneer is die verdwenen? Maar waar is de vrouw gebleven die ik ooit was? Wat deed ik? Waarom deed ik het zo? Had ik het anders kunnen doen?’. Ontzettend moedig en liefdevol ontrafelt ze haar relatie met haar grote liefde, die zich zo anders ontwikkelde dan ze gewild had.
Niet uniek
Christien Brinkgreve begon niet te schrijven met het idee haar verhaal uit te geven. Dat ontstond gaandeweg. Ze heeft, zo vertelde ze, veel mensen laten meelezen en uitvoerig besproken of ze het wel kon maken het te publiceren. Het besef dat haar verhaal niet uniek is en dat het een veel breder sociaal en maatschappelijk thema beschrijft heeft gemaakt dat het boek er nu ligt.
Definitief voorbij
Wat ben ik haar dankbaar. Ze heeft niet alleen inzicht gegeven in wat zij noemt ‘de karrensporen van het patriarchaat en de empathiekloof’. Ze heeft naar mijn idee ook een belangrijke bijdrage geleverd aan het kleiner maken van de maatschappelijke kloof tussen rouw om verlies door dood en verlies door scheiding. Rouw na een overlijden gaat niet alleen over de persoon die er niet meer is. Rouw kan ook en soms juist gaan over datgene waarnaar je zo verlangd hebt en het besef dat vervulling van die wens nu definitief voorbij is. Het is precies deze pijn die ook na een scheiding zo rauw kan zijn. Deze pijn vraagt om erkenning, niet om veroordeling.
Mocht je behoefte voelen om te reflecteren op jouw rouw,
bel 06 26 83 75 06 of mail naar anna@rensencoaching.nl.

